Boek Jolijn van de Hoef - De leraar als professional. Van samenwerken naar samen leren

Als je mensen hoort praten over het leraarschap, lijkt het vaak alsof dat uitsluitend bestaat – of zou moeten bestaan – uit lesgeven, uit de relatie tussen de leraar en diens leerlingen, en dat alles daaromheen (overbodige) ballast is. Natuurlijk is lesgeven en begeleiden de kern, en in de praktijk vormt het ook de hoofdmoot van het werk. Kijk maar eens in roosters van leraren: verreweg de meeste uren gaan naar contacttijd – hetzij lessen, hetzij mentor- of SLB-gesprekken. Al het andere werk – voor- en nabereiding, onderwijsontwikkeling, afstemming met collega’s, administratie, voorlichting etcetc, dat wordt in de resterende uren gepropt. Zo ook de eigen professionalisering.

Dat is helemaal niet logisch, want om goed onderwijs te geven, is van belang dat leraren ruimte hebben om met elkaar bewuste doordachte keuzes te maken, daarover af te stemmen en om continu hun professionaliteit op peil te houden. Organisatieadviseur en oud-docent Jolijn van de Hoef maakt dit mooi duidelijk in haar boek De leraar als professional. In deze recensie bespreek ik waarom dit een aanrader is, maar plaats ik ook een kanttekening.
N.B. waar ik het in deze recensie heb over ‘leraren’, kun je ook ‘docenten’ lezen – bij ‘leerlingen’ ook ‘studenten’.

Goede inzichten, direct toepasbaar

De titel wekt wellicht de indruk dat dit boek vooral is geschreven voor leraren. Maar het is zeker ook relevant voor anderen die werkzaam in het onderwijs: leidinggevenden, bestuurders, beleidsmedewekers en adviseurs die meewerken aan professionalisering en onderwijsontwikkeling. Van de Hoef laat namelijk heel goed zien hoeveel er bij komt kijken om een goede leraar te zijn. Dat beperkt zich niet tot het in de vingers hebben van lesgeven vanuit een goede relatie met leerlingen. Het gaat ook – en misschien nog wel meer – om wat daaraan voorafgaat, wat erop volgt en wat er allemaal omheen speelt. Denk aan afspraken met collega’s over hoe je samen zorgdraagt voor een echt veilig en gunstig leerklimaat. Nadat je daar keuzes in hebt gemaakt gaat het om de vraag hoe je jezelf en elkaar daaraan houdt. Het gaat ook om onderwijsontwikkeling en -evaluatie. En meer in het algemeen hoe je op de korte en lange termijn samen verantwoordelijkheid neemt voor het leren en welzijn van je leerlingen/studenten.

Aan de hand van diverse cases laat Van de Hoef zien op welke vlakken leraren met elkaar iets te doen hebben: de meeste situaties kun je immers niet alleen in je eigen les oplossen, daar heb je elkaar als collega’s voor nodig. Aan het eind van elk hoofdstuk doet Van de Hoef concrete suggesties hoe je daarin als professionals stappen in kunt zetten: individueel, in duo’s, en als team. Daarbij reikt ze heel praktische werkvormen aan. Zulke vormen van informeel leren – met collega’s doelbewust het gesprek aangaan over jullie aanpakken en zo werken aan beter onderwijs is een heel belangrijke manier van professionaliseren. Het mooie is dat Van de Hoef het allemaal ook heel duidelijk en helder verwoordt. Dit boek is dus behalve prettig leesbaar, ook in de praktijk heel goed te gebruiken.

De leraren centraal

Mijn voornaamste kanttekening bij Van de Hoefs boek is dat ze het in de titel heeft over ‘de leraar’ in enkelvoud. Daarin staat ze overigens niet alleen – talloze auteurs en sprekers doen dat. Waarschijnlijk is dat een bewuste keuze: het is een manier om een appèl te doen op de doelgroep, en te benadrukken wat de unieke en enorm belangrijke positie van leraren is.

Alleen: het is niet ‘de leraar’ die in diens eentje het verschil maakt – het zijn de leraren samen die dat doen. Zelfs die ene ontspannen en humoristische leraar die een blijvende indruk heeft gemaakt op leerlingen, wiens lessen misschien net iets inspirerender waren dan die van collega’s, of met wie de leerlingen/studenten net een betere klik hadden – die ene leraar maakte ook deel uit van een team. Misschien kon die wel zo ontspannen voor de klas staan omdat collega’s andere taken op hun bord namen.

Bij leerlingen en studenten is iets soortgelijks aan de hand: scholen zetten ‘de leerling’ of ‘de student’ centraal’. Heel erg begrijpelijk natuurlijk, want dat voelt persoonlijk en gericht op de autonomie van leerlingen. Toch is het problematisch, om twee redenen. Ten eerste wekt zo’n belofte de suggestie dat alles om elk afzonderlijke kind draait. Los van het feit dat dat helemaal niet mogelijk is, lijkt sprake te zijn van een misvatting van het begrip autonomie. Dat lijkt te worden begrepen als een soort ultieme zelfstandigheid. Maar bij autonomie gaat het om hoe het individu zich verhoudt tot anderen. Dat is het mooie aan onderwijs, aan leren in een school – dat elk kind deel uitmaakt van een groter geheel en dat het leert, te midden van en in relatie tot anderen. Zie ook Autonomie in het onderwijs. Dat vraagt juist niet om een individualistische, gepersonaliseerde, maar een meer collectieve benadering. Zo bezien is logischer om de leerlingen of de studenten centraal te zetten.

Maar, en dit is de tweede reden: het is ook nog maar de vraag of het wijs is om als school de leerlingen of studenten centraal te stellen. Ik bedoel, natuurlijk is alles erop gericht om jonge mensen in te leiden in de wereld, en ze op te leiden voor beroepen. Dé opgave is om leerlingen vanuit de prachtige tussenruimte die school is de overstap te laten maken van spelen en opgroeien naar werk en deelname aan de samenleving – om ze daar de juiste kennis en gereedschappen voor aan te reiken, en ze uit te dagen om positie te bepalen, samen met mensen die dat ook aan het doen zijn. Dat staat buiten kijf, en het is voor leraren zeker belangrijk dat zij in hun onderwijs de leerlingen als vertrekpunt nemen.

Maar als organisatie is het zaak te focussen op je menselijke kapitaal: de leraren. Want het realiseren van die opgave vraagt vakmanschap van de mensen die leerlingen wegwijs maken in de wereld. Als je leraren in huis hebt die onvoldoende zijn geschoold, die zelf maar moeten uitzoeken hoe het lesprogramma in elkaar steekt of welke didactische aanpakken wel en welke echt niet aanzetten tot leren, zonder dat ze zich gesteund weten door de organisatie – dan hebben diezelfde leerlingen er bar weinig aan dat ze in visie- en marketingteksten centraal staan. Het lijkt een paradox, maar dat is het niet: scholen waar leerlingen het beste leren, zijn scholen die niet die leerlingen, maar de leraren centraal zetten. En daarbij ook nog eens inzetten op de collectieve inspanning – zie o.a. Grip op de minisamenleving.
Daar moet je als onderwijsinstelling in investeren. Door leraren in hun- gezamenlijke – kracht te zetten, komen de leerlingen tot hun recht.

Dat brengt ons terug bij het boek van Van de Hoef. Want daarin gaat het om wat erbij komt kijken om die leraren in hun kracht te zetten. Zoals hierboven geschetst is dat best veel. Willen leraren als professionals kunnen werken, dan vraagt dat een flinke investering in tijd en moeite – van henzelf, maar zeker ook van de organisatie waar ze deel van uitmaken. Professioneel leraarschap, laat Van de Hoef zien, komt niet alleen tot uitdrukking in het klaslokaal, maar juist ook daarbuiten – in de goede samenwerking met collega’s, die samen verantwoordelijk zijn voor het leren van alle leerlingen.

Samen met collega’s pedagogische waarden bepalen, zich (en elkaar) daaraan houden, reflecteren op de onderwijspraktijk, verbeteringen aanbrengen die doorwerken in het onderwijs – dat is een team effort. Dat dat zo is, en welke voorwaarden en dynamieken van invloed zijn op hoe je een goed onderwijsteam wordt en blijft – dat verdient nog meer aandacht. Dat wist Van de Hoef zelf ook wel – en daarom is ze meteen verder gegaan met het vervolg op dit boek: Samen leren als team. Dit verschijnt in het voorjaar van 2026. Om naar uit te kijken. In de tussentijd kun je vast aan de slag met het goed onderbouwde en lekker concrete De leraar als professional.

#DeZinVanHetBoek

Uit elk boek dat ik lees, kies ik een zin die mij erg raakt, of die de bedoeling van het boek goed verwoordt. Die zinnen verzamel ik op mijn andere blog www.dezinvanhetboek.nl
Het kan ook zijn dat die zin juist aansluit bij actuele gebeurtenissen of discussies in de samenleving. Uit dit boek koos ik deze zin: ‘‘Professionele kracht is weten wat je gelooft, voelen wat je nodig hebt, en bouwen aan iets wat groter is dan jij alleen.’
Zie ook Op zoek naar de zin van het boek.

Bronnen

Jolijn van de Hoef (2025) – De leraar als professional. Van samen werken naar samen leren. Room4IT

Website van de auteur

Proefhoofdstuk Samen leren als team (verschijnt in voorjaar 2026)

Professionele leraren werken en leren samen – boekbespreking

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *