
Het beroepsonderwijs is voortdurend in beweging. Door veranderingen in het werkveld, in de studentenpopulatie, in het vakgebied en door digitalisering verandert het beroep van docenten doorlopend. Dat betekent dat ze constant moeten professionaliseren.
Gelukkig is er best veel en ook best goed professionaliseringsaanbod voor docenten. Toch blijkt dat er nog aardig wat bij komt kijken om professionaliseringsaanbod ten goede te laten komen aan het onderwijs. Wat is er nodig om professionalisering(saanbod) af te stemmen op wat een team nodig heeft – dusdanig dat studenten én docenten er beter van worden? Hieronder benoem ik enkele knelpunten en kansen van docentenprofessionalisering
Knelpunten van docentprofessionalisering
- Docentprofessionalisering kost tijd, en vaak de verkeerde tijd.
De allereerste reactie van docenten bij de aankondiging van een innovatie – en daarmee gepaard gaande professionaliseringsactiviteit – is ‘wanneer moet dat dan?’ Of ‘wat doen we dan niet?’ Professionaliseringsactiviteiten komen vaak letterlijk in de plaats van het onderwijs. Idealiter plannen onderwijsteams met hun opleidingsmanager ruim van tevoren ontwikkeltijd in, zodat die om het onderwijs heengepland kan worden. Maar het komt vaak genoeg voor dat gedurende het schooljaar alsnog aanvullend ontwikkeltijd nodig is. De opleidingsmanagers spelen de docenten dan vrij door ze uit te roosteren voor lessen. Op zich is dat goed, want daarmee laten ze zien dat onderwijsontwikkeling belangrijk is. Maar het kan docenten alsnog een gevoel van druk geven, omdat ze de inhoud van die uitgevallen lessen uiteindelijk wel ergens moeten zien in te passen.
In het ideale geval valt professionalisering samen met de ontwikkeling van onderwijs – dan is sprake van een soort van praktijkleren, of werkplekleren. Als ze daarbij een (voor hun) nieuwe methodiek leren gebruiken, verbeteren ze ook hun eigen professionaliteit. Maar als docenten hiervoor uren in het rooster vrijgespeeld krijgen, betekent dat niet dat die tijd altijd effectief wordt benut. Zoals nu, in examentijd – docenten kunnen dan wel uren krijgen voor onderwijsontwikkeling, maar zijn in gedachten nog bezig met de laatste loodjes van studenten die moeten diplomeren, en worden daar soms ook voor weggeroepen. [Zie ook mijn blog over onderwijstijd (volgt)] - Bij docentprofessionalisering denkt men vooral aan formele scholing van individuen
Wanneer het over professionalisering gaat, gaat de meeste aandacht uit naar formele scholingsactiviteiten, waar docenten zichzelf voor aanmelden: cursussen of trainingen van zowel interne als externe aanbieders. Het programma van zo’n training is vaak van te voren al duidelijk, er zit een vaste tijdsduur aan (een x aantal cursusmomenten gedurende een bepaalde periode), na voltooiing krijgen de deelnemers waardering in de vorm van een certificaat. In geval van externe aanbieders volgt er een factuur, die dan uit het scholingsbudget wordt bekostigd. Tot zover duidelijk en vaak ook zeer nuttig.
Maar een nadeel is wel dat mede door die kenmerken (vastomlijnd programma, vaste momenten, waardering) andere vormen van leren als meer vrijblijvend worden gezien. Denk aan deelname aan werkgroepen die een nieuw curriculum ontwikkelen, zoals hierboven geschetst. Het voelt meer als gewoon werk en lijkt daardoor niet dezelfde waarde te hebben als een scholing. Wellicht speelt een beetje mee dat het niet wordt afgesloten met een certificaat. En als dan de werksessies alsnog sneuvelen ten koste van afspraken die voorrang krijgen, wordt er kennelijk minder belang eraan gehecht. Terwijl de impact ervan op het onderwijs én op het leren van docenten even groot of groter kan zijn dan van een cursus. - Professionaliseringsaanbod matcht niet altijd met wat een team nodig heeft
Doorgaans spreken docenten in het kader van hun eigen ontwikkelplan individueel met hun opleidingsmanager af welke vorm van professionalisering zij het komende schooljaar zelf gaan volgen. De voorkeuren (en afkeren) van die docent zijn dan vaak leidend. Nadeel van die individuele keuzes is dat daarin niet altijd wordt meegewogen wat het in het team nodig is aan kennis en vaardigheden. Het is sowieso moeilijk om te overzien wat een innovatie vraagt. Als je begint aan iets nieuws weet je nog niet wat je nog niet weet.
Keuzes afwegen kan lastig zijn. Zoals de studieloopbaanbegeleider die een training ‘moeilijke gesprekken in de klas voeren’ niet kan volgen omdat de teamtraining in het nieuwe studentinformatiesysteem (SIS) voorgaat. In zo’n geval zou goed zijn om de zelf gekozen training voor te laten gaan en een collega vrij te spelen die de docent later alsnog meeneemt in het SIS. - Professionaliseringsaanbod werkt niet door in het gehele onderwijsprogramma
In het mbo werken veel zij-instromers: docenten die de overstap maken vanuit het werkveld zonder eerst een lerarenopleiding te hebben gedaan. Bij ons op school moeten ze dan na een jaar een opleiding pedagogisch-didactisch handelen volgen, een verkorte lerarenopleiding. Zo’n traject is ontzettend belangrijk, want daar komt aan bod wat voor veel overstappers het moeilijkst is: een veilige en positieve leercultuur bevorderen vanuit een gezonde pedagogische relatie met studenten. Maar als je in zo’n traject adviezen krijgt over bijvoorbeeld het toestaan van mobieltjes, terwijl het team daar juist andere afspraken over heeft gemaakt, botst en frustreert dat. Iets soortgelijks gebeurt wanneer in een (externe) cursus diverse digitale tools worden aanbevolen die de IT-afdeling van de school juist ten strengste afraadt.
Het kan heel waardevol zijn voor deelnemers om zich met andere professionals dan de eigen directe collega’s te verdiepen in hun vakgebied en nieuwe kennis op te halen. Tegelijk heeft dat een keerzijde: doordat zij die kennis niet samen met de eigen collega’s opdoen, is het lastiger om het team mee te nemen in de opgedane inzichten. En wanneer andere collega’s weer andere trainingen volgen, is de vraag wiens inbreng hoe door het team wordt omarmd. De transfer naar het onderwijs blijft dan beperkt tot de eigen lessen en werkt niet door in het onderwijs dat het gehele team gezamenlijk aan alle studenten biedt.
Kansen voor professionele docententeams
Naar mijn idee is het overkoepelende probleem bij de vier knelpunten hierboven dat uitgegaan wordt van het individu. De voorkeuren (en afkeren) van individuele leraren zijn leidend. Maar je bent niet alleen docent, je bent samen met je collega’s verantwoordelijk voor het gehele onderwijsprogramma, en dus ook voor de professionalisering die daarvoor nodig is. Als je daar samen verantwoordelijk voor bent, is logisch dat je daar samen keuzes in maakt. Dat vraagt om een verandering van het denken over professionalisering. Denken dat niet overwegend is gericht op individuele deelname aan cursussen, maar samen investeren in en werk maken van teamprofessionalisering. Hoe kan dit eruit zien?
- Geef meer erkenning van en waardering voor informeel leren door teams
Onderwijskwaliteit hangt samen met professionaliteit. Beschouw onderwijsontwikkeling ook als professionalisering (samen lerend ontwikkelen noem ik dat) en koppel daar leerdoelen aan. Het is een waardevolle manier van praktijkleren. En beschouw die uren als net zo heilig als (ingekochte) cursusdagen.
Het is belangrijk dat de schoolleiding dat inziet, uitdraagt en daarin investeert. Door werkprocessen en roosters aan te passen, maar ook door te stimuleren dat een team gezamenlijk keuzes maakt, en door dat proces te faciliteren. - Integreer individueel leren en teamontwikkeling:
Professionalisering kan leiden tot persoonlijke groei. Idealiter leidt het ook tot beter onderwijs. Dat onderwijs verzorg je als team. Daarom is zinvol het leren van individuele docenten en teamontwikkeling aan elkaar te verbinden: als docenten meer samen leren, leren studenten beter.- Bepaal als team welke professionalisering nodig is. Durf te differentiëren. Niet iedereen moet alles tot in de puntjes beheersen. Als je zorgt dat je elkaar aanvult, kun je ook elkaars expertise beter benutten.
- Heeft een collega, of hebben collega’s, een training gevolgd? Laat die het team meenemen in lessons learned. Niet slechts in een presentatie van 5 minuten tijdens een teamoverleg, maar door met de collega’s te onderzoeken en uitproberen welke inzichten zij samen kunnen toepassen in hun onderwijs. Ruim daar vervolgens voldoende tijd voor in.
- Een waardevolle manier van professionaliseren is door bij elkaar lessen te observeren. Dat goed doen gaat verder dan wat korte tips en tops aan het eind, maar vraagt om een gestructureerde aanpak waarbij je als team evalueert en verbeteringen aanbrengt.
- Bouw meer tijd in voor evaluatie van onderwijs(ontwikkeling)
In het mbo vormt de aankondiging van een nieuw kwalificatiedossier vaak de aanleiding voor een onderwijsvernieuwing. Die moet dan wel binnen een jaar gerealiseerd worden, want zo weinig tijd zit er tussen de aankondiging en de ingangsdatum. Teams spelen dan vaak docenten vrij voor de ontwikkeling van het nieuwe onderwijsprogramma, maar daarna niet altijd voor het evalueren van gemaakte keuzes. Het is belangrijk om dit wel te doen, zodat je waar nodig op tijd kunt bijstellen. Lesobservaties (zie hierboven) kunnen daaraan bijdragen. - Benut inzichten van andere teams, scholen en onderwijskundigen
De meeste opleidingsteams zijn druk bezig met wielen uit te vinden die elders al zijn uitgevonden. Enerzijds is dat waardevol als je iets zelf bedenkt, voel je meer eigenaarschap en verantwoordelijkheid. Anderzijds is zonde om andermens ervaringen niet te benutten. Plan corridors in het rooster waarin je met elkaar publicaties bespreekt van onderwijskundigen, of inzichten die collega’s van andere scholen bij conferenties hebben georganiseerd. Bezoek kennisdelingsactiviteiten van teams die je eigen school organiseert, of ga langs bij andere teams: afkijken mag!
Het doel van professionalisering in het onderwijs is tweeledig: enerzijds de groei van de medewerkers, anderzijds het op peil houden van de kwaliteit van het onderwijs – en daarmee op de groei en kwaliteit van de organisatie. Idealiter werkt professionalisering op een positieve manier door in het onderwijs: niet alleen de docenten die professionaliseren worden er beter van, maar de studenten juist ook. Hoe meer docenten samen leren, hoe beter studenten leren.
Dit is deel 2 van een drieluik over de professionalisering van docenten en onderwijsteams. Dit gaat over de knelpunten en kansen van professionalisering.
Deel 1 is Laten we wel professioneel blijven. Dat gaat over de basisvoorwaarden van docenten- en teamprofessionalisering.
Deel 3 is Professionalisering van docenten: een kwestie van constructieve afstemming. Dat gaat over de logische samenhang tussen onderwijs en professionalisering van docenten.