
Docenten hebben voortdurend ideeën om hun onderwijs te verbeteren. Er zijn ook veel mogelijkheden om te experimenteren. Toch stranden ideeën vaak, en ook meestal net vóór de evaluatiefase. Dan wordt nooit helemaal duidelijk waarom het plan niet van de grond kwam, of met welke aanpassingen het wel had kunnen slagen. De vernieuwing wordt dan teruggedraaid of vervangen door een nieuw idee, waarmee hetzelfde gebeurt. De vele auteurs van Wat als onderwijs werkt? onderzochten hoe onderwijsteams in het mbo, hbo en wo ervoor zorgen dat innovatieve ideeën wel duurzaam doorwerken in het onderwijs. In dit boek delen ze hun bevindingen.
Van de achterflap
Of je nu lesgeeft, onderwijs ontwikkelt, studenten begeleidt, vernieuwingsprojecten trekt of teams helpt groeien: elke dag maak je keuzes die impact hebben op leren. Dit boek is er om die keuzes net een beetje makkelijker te maken. We nemen je mee van praktijk naar theorie en weer terug. Je leest herkenbare situaties, krijgt uitleg die niet onnodig ingewikkeld is, en ontdekt manieren om morgen al iets uit te proberen in je eigen les of opleiding. Van didactiek en pedagogiek tot curriculumontwerp, technologie, AI, XR en innovatie: alles komt voorbij, maar altijd met de vraag “Wat kun jij hiermee?” op de voorgrond. Voor docenten, onderwijskundigen, teamleiders, beleidsmakers en iedereen die onderwijs beter wil maken; in mbo, hbo en wo, in Nederland en Vlaanderen.Praktisch, helder en echte onderwijsrealiteit: een boek dat met je meedenkt in plaats van voorschrijft.
Wat als je overweegt dit boek te lezen?
Zelf wilde ik dit boek vooral lezen omdat ik benieuwd was naar de inzichten over verduurzaming van innovatie. Daarbij kreeg ik twee delen over lesgeven en curriculumontwikkeling cadeau. In alle eerlijkheid kwam het meeste wat ik las me bekend voor – en ik hoop eigenlijk dat dit geldt voor iedereen die in het onderwijs werkt. Maar herkenning of herhaling is niet slecht. Bovendien is het boek vooral geschreven voor het mbo, hbo en wo – daarin zijn veel mensen werkzaam die vanuit het werkveld zijn overgestapt en die niet volledig als docent zijn geschoold. Voor hen kan het zeer behulpzaam zijn om in vogelvlucht kennis te maken met de meest belangrijke uitgangspunten van onderwijs. Elk hoofdstuk sluit af met bronnen waar je je verder in kunt verdiepen. Waarom ik het boek vooral zeer waardevol vind, is om drie redenen.
Ten eerste is heel sterk dat de bevindingen duidelijk uit de onderwijspraktijk voorkomen, en daarnaast zijn aangevuld door theoretische onderbouwing. Dat doen de auteurs allemaal op zeer toegankelijke wijze. Door de bevindingen te baseren op de onderwijspraktijk zijn de aanbevelingen die eruit voortkomen realistisch. Het is in feite een vorm van evidence informed handelen, zij het dat die term en manier van denken intussen ook een beetje besmet lijkt. Waar het vooral om gaat, is om mogelijkheden te doordenken – deels op basis van praktijkvoorbeelden elders, deels op basis van theoretische onderbouwing – en dan keuzes te maken voor je eigen context. Doordat de aanbevelingen in dit boek realistisch zijn, is de drempel lager om er in een andere setting het gesprek over aan te gaan.
Dat betekent overigens niet dat de uitdagingen minder groot zijn. Als belangrijkste voorwaarden voor duurzame innovatie noemen auteurs Peggy Lambriex-Schmitz, Karian Salet en Klaartje van Genugten de combinatie van goede organisatiecondities, goed teamgedrag en een goede implementatiepraktijk. Op zich logisch, zou je denken. Maar het feit dat deze zo prominent naar voren komen in het onderzoek laat zien dat dit in onderwijsorganisaties nog niet overal even goed ingebed is. En opmerkelijk is dat in die driehoek nog de factor onderwijsinhoudelijke kennis en expertise ontbreken. Dat is dan ook mijn voornaamste kanttekening bij dit boek: dat het belang van de inhoudelijke kennis en kunde bij innovatiekeuzes nog onderbelicht blijft. Je kunt je organisatie nog zo goed op orde hebben – als je onvoldoende pedagogische, didactische en vakinhoudelijke kennis hebt is de vraag of de onderwijsinnovatie gaat slagen.
Wat mij ten tweede aanspreekt is dat de auteurs erop wijzen dat innovatie nooit uitsluitend moet gaan over technologie of digitalisering, of de onderwijsinhoud. Innovatie is ook sociaal: het gaat even goed – en soms zelfs meer – om organisatorische vernieuwing. De truc is die twee dimensies altijd in samenhang te zien, ze grijpen op elkaar in.
Ten derde, en dit is misschien wel het fijnste aan het boek: de prettig positieve toon. Alle auteurs denken in mogelijkheden, zonder door te schieten in een hallelujah-optimisme. Alle hoofdstukken zijn de moeite waard, maar drie hoofdstukken sprongen er voor mij uit:
- Wat als de toekomst van onderwijs in onze steden en wijken ligt? door Bart Paumen en Rob van Kan
Tijdens het lezen hiervan kreeg ik heuse solarpunkvibes. Solarpunk is een artistieke en sociale stroming die een toekomstbeeld van de wereld voorstelt waarin mens en aarde een ecologische balans hebben gevonden. Paumen en Van Kan schetsen het onderwijs in het jaar 2040: als een ecosysteem waarin studenten, docenten, bedrijven en bewoners samen participeren in het bedenken van oplossingen voor maatschappelijke en economische vraagstukken. Het lijkt een droom, maar is vooral een toekomstbeeld dat haalbaar is, als we maar blijven denken in en werken vanuit mogelijkheden. - Wat als AI de oplossing was voor alle onderwijsproblemen? door Mitte Schroeven, Mark Goossens en Roel Peijs
Er zijn voordelen van het toepassen van AI in educatieve en wetenschappelijke contexten. Het kan het leren bevorderen, onderzoek verbinden, medische doorbraken versnellen. Maar ik heb ook veel moeite met het gemak waarmee we een technologie omarmen die eigenlijk niet burgers maar big tech bedrijven bedient, en waarmee we de aarde en medemensen op andere plekken zwaar belasten en uitbuiten. AI doet ook iets met de relatie tussen docenten en studenten. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk raakte me: ‘Leren is samen struikelen en weer opstaan. Wil je als docent relevant blijven? Wees dan niet de best functionerende lesmachine, maar de curator van verwondering: kies wat ertoe doet. Bied betekenis, geen overload. Wees de choreograaf van chaos: laat ruimte voor rumoer, creativiteit, onvoorspelbaarheid. De getuige van groei: degene die ziet, benoemt en gelooft.’ - Wat als medewerkers zich echt bewust zijn van hun leren? door Korine Meulepas en Simon Beausaert
Als je gaat innoveren, ga je nieuwe dingen doen. Dan ontkom je er niet aan dat je je moet bekwamen in nieuwe aanpakken en werkwijzen. Bij de term professionalisering denken we vooral vaak aan het volgen van trainingen of cursussen. Maar de auteurs laten goed zien dat goed nieuw onderwijs in belangrijke mate het resultaat is van docenten die samen lerend ontwikkelen. Informeel leren dus. Dat klinkt vrijblijvend (en dat is dus ook het probleem), maar als je dat goed aanpakt, dan is het dat allerminst. Dan gaan onderwijsontwikkeling en professionalisering hand in hand. Zie ook mijn blogs Laten we het professioneel houden [deel 1 en 2; volgen]
Als je dit boek leest, krijg je gewoon zin om te innoveren. Ja, zelfs ook in het samen struikelen en opstaan. Wat als je dat nou niet als hinderlijke tegenvaller ziet, maar als waardevol onderdeel van het proces?
De rol van Centers for Teaching and Learning bij onderwijsinnovaties
Toen ik begon aan het boek, was ik benieuwd of de auteurs ook inzichtelijk zouden maken welke rol Centers for Teaching and Learning (CTL) spelen bij de onderzochte vernieuwingen. Een CTL is een dienst of afdeling in een onderwijsinstelling die onderwijsinnovaties en kennisuitwisseling daarover mede mogelijk maakt. Zelf ben ik betrokken bij het optuigen van een CTL in mijn onderwijsinstelling. De auteurs beschrijven in dit boek niet expliciet op welke wijze zij de beschreven innovaties hebben begeleid of versterkt. Wat ze wel hebben gedaan: onderzoeken en ophalen wat werkt, en succesvolle aanpakken zo beschrijven dat andere onderwijsteams daarmee aan de slag kunnen. Dat beschrijven van aanpakken is iets waar onderwijsteams zelf vaak de ruimte of mogelijkheid niet voor hebben. Een heel concrete uitkomst in het boek zijn de Duurzame Innovatie Checklists, die ook online te downloaden zijn. Makelen en schakelen tussen onderwijsteams, en hun ervaringen aanvullen en onderbouwen met onderwijskundige expertise, is een grote verdienste van CTLs, en dus ook van dit boek. Het is heel waardevol dat de auteurs hun bevindingen niet alleen delen met hun eigen collega’s, maar ook over de schotten van de onderwijsinstellingen heen. Wat als we nou eens wat vaker bij elkaar afkeken?
#DeZinVanHetBoek
Uit elk boek dat ik lees, kies ik een zin die mij erg raakt, of die de strekking van het boek goed verwoordt. Het kan ook zijn dat die zin juist aansluit bij actuele gebeurtenissen of discussies in de samenleving. Zulke zinnen verzamel ik op mijn andere blog www.verzameldezinnen.nl.
Uit dit boek koos ik deze zin: ‘De vraag is dus niet hoe we een curriculum maken dat werkt, maar hoe we een lerende gemeenschap vormen die voortdurend durft te herzien wat als ‘goed’ wordt beschouwd.’
Zie ook Op zoek naar de zin van het boek
Bronnen
Hanneke Theelen, Peggy Lambriex-Schmitz, Marcel van der Klink (red.) (2026) – Wat als onderwijs werkt? Onderwijs ontwikkelen, lesgeven en innoveren. Den Haag: Acco Uitgeverij
Website bij het boek, inclusief de Duurzame Innovatie Checklists
Website van Npuls over Centers for Teaching and Learning