Boek Pieter Baay, Gert Biesta, Patrick van der Bogt, Hanke Drop, Saar Frieling & Bart van Rosmalen: Leraar zijn: ambachtelijk en kunstzinnig

Op de lerarenopleiding leerde ik – net als alle aspirant-leraren, vermoed ik – de Roos van Leary toe te passen. Dat is een cirkel die is verdeeld in taartpunten die vormen van gedrag beschrijven. De docent had een grote poster van de roos op de grond gelegd en nodigde telkens een paar studenten om een rollenspel te spelen. Daarbij moesten ze in reactie op elkaar bij de taartpunt gaan staan waarin de gedragsvorm stond die passend zou zijn bij de situatie. Dansen op de Roos van Leary noemde de docent dat.
Wie leraar is, danst voortdurend op de Roos van Leary. Ik moest aan deze les denken tijdens een geweldig hoofdstuk in het boek Leraar zijn. In dat hoofdstuk, ‘Master of ceremony’, trekt lector en musicus Bart van Rosmalen parallellen tussen leraren en breakdancers. Het is een mooi voorbeeld van wat in het hele boek gebeurt: aan de hand van voorbeelden en inspiratiebronnen reflecteren de auteurs op wat het ten diepste betekent om leraar te zijn. Grote verdienste van dit boek is dat de auteurs hun woorden zeer zorgvuldig uitkiezen en vanuit (com)passie zichzelf, elkaar en de lezer bevragen. Daarmee roepen ze wel ook weer nieuwe vragen op.

Van de achterflap

Leraar zijn is meer dan een beroep. Het is een ambacht én een kunst. In een tijd waarin onderwijs vaak wordt gereduceerd tot meetbare opbrengsten en ‘evidence-based’ werken, biedt dit boek een ander perspectief: een uitnodiging om het leraarschap te begrijpen als een inventieve, relationele en betekenisvolle praktijk. Een praktijk die vraagt om vakmanschap, esthetisch bewustzijn, moreel kompas – en bovenal: menselijkheid. Leraar zijn: ambachtelijk en kunstzinnig brengt uiteenlopende stemmen samen die, elk vanuit een eigen achtergrond en ervaring, verkennen wat het betekent om leraar te zijn, met speciale aandacht voor het mbo en hbo. Van persoonlijke portretten tot filosofische reflecties, van groepsvorming in de klas tot het kunstenaarschap van leraren – dit boek is zowel kritisch als constructief. Het nodigt uit tot denken, voelen, verbeelden en handelen. Voor iedereen die het leraarschap opnieuw wil doordenken, verdiepen en er samen vorm aan wil geven.

Woorden geven aan wat je waarom doet

Dit boek is de weerslag van een reeks gesprekken die zes auteurs, alle werkzaam in het onderwijs, met elkaar gevoerd hebben. Het is niet zozeer de verslaglegging van die gesprekken, maar een verzameling van reflecties en verduidelijking van de gespreksdeelnemers op die gesprekken. Dat levert mooie diepe inzichten op over het leraarschap, in heel rijke taal. Hoewel ik er enorm van houd als mensen zich heel erg gewetensvol en secuur uitdrukken, slaat het in dit boek soms wel wat door. Zoals hier in het eerste hoofdstuk, door hoofdauteur Gert Biesta: ‘Het punt dat ik hier wil maken, is dat er in het onderwijs geen sprake is van mechanische causaliteit (een ontologische claim) waarbij, wanneer we volledige kennis van de werking van de onderwijsmechaniek zouden hebben (een epistemologische claim), er voor de leraar niets anders te doen zou zijn dan het toedienen van interventies die de gewenste resultaten zouden produceren (een praxeologische claim).’
Als ik mijn eigen blogs met collega’s deel, krijg ik nog wel eens te horen dat mijn teksten te theoretisch zijn, of te hoog over. Ik vrees dat die collega’s bij deze tekst van Biesta zouden afhaken. En dat is zonde, want zijn gedachtegang is zeer de moeite waard. Biesta, zo’n beetje dé onderwijsdenker van het moment, zet zich in deze paragraaf af tegen de beweging van evidence based denken. Hij verzet zich tegen de meetcultuur en pleit voor het menselijke karakter van het onderwijs, van het onderwijzen van jonge mensen, ze inleiden in de wereld. En heeft het liever over welk ethisch beroep dat op de leraar doet, wat het van de leraar vraagt om dat gewetensvol te doen.

Naast Biesta en de eerder genoemde Van Rosmalen delen nog vier andere auteurs hun kijk op het beroep. De meest interessante bijdragen vond ik die van Saar Frieling, die inzoomt op de kunstzinnigheid van het leraarschap. Waar in het Engels de begrippen ambacht en kunstzinnigheid samenkomen in het woord artistry, biedt het Nederlands niet echt een passende vertaling daarvoor. Dan maar de twee begrippen naast elkaar aanhouden. En daar is niets mis mee. Het biedt ruimte voor Frieling om in het boek in te zoomen op de rol van de leraar als degene die verantwoordelijk is voor de sociale sculptuur die een klas is, en op die van sociaal kunstenaar die ‘een sociale ruimte schept waarin leerlingen zich tot zichzelf, elkaar en de wereld kunnen verhouden.’ Mooi!

In het voorwoord nodigt Biesta de lezer expliciet uit om aan het gesprek deel te nemen. Die uitnodiging neem ik graag aan in de vorm van de volgende gedachten en vragen die het boek bij mij opriep:

  • De auteurs gaan in Leraar zijn uit van de leraar als degene die onderwijst. Het is de leraar die een lerende inleidt in de wereld, aanspreekt op diens verantwoordelijkheid zich te ontwikkelen, uitdaagt en handreikingen doet. Wat onbesproken blijft, is de rol van leraar als lerende. Onlangs was ik bij een conferentie waar werd gezegd dat docenten vaak jeuk krijgen van de term ‘professionalisering’. Het zou staan voor een soort gedwongen ontwikkeling, vaak ook nog eens door anderen opgelegd. En het zou vooral uitdrukken dat de te professionaliseren docent nog niet professioneel is. Ontwikkeling zou een passender term zijn. Maar welk label we ook hanteren – ik hoor collega’s ook wel eens de andere kant op redeneren: ze menen dat al die bijscholing onnodig is omdat ze al professional zijn. Terwijl een kenmerk van professionaliteit juist is dat je je voortdurend blijft ontwikkelen.
    In het beroepsbeeld van de mbo-docent is professionalisering opgenomen, wat in de praktijk veelal wordt ingevuld met scholingen of trainingen volgen, of naar conferenties gaan. Samen onderwijs ontwikkelen is ook een vorm van werken aan je eigen professionaliteit, maar dat wordt nog niet overal zo gezien of gewaardeerd. Mijn vraag aan de auteurs: zou niet goed zijn om juist wat meer nadruk te leggen op het gegeven dat zelf leren een wezenlijk onderdeel is van het leraar zijn? Dat de leraar zich ook laat aanspreken op diens verantwoordelijkheid zich (verder) te ontwikkelen, of het nu door een onderwijskundige of (externe) trainer is, of door collega’s – van binnen of buiten de school?
  • In het hele boek klinkt het gedachtegoed van Richard Sennett door, specifiek uit zijn werk The Craftsman. Maar wanneer Sennett in dit boek wordt aangehaald, blijft daarbij wel een cruciaal uitgangspunt van de Amerikaanse socioloog onderbelicht – namelijk dat vakmanschap ontstaat (en verder wordt ontwikkeld) in de werkplaats, met en tussen collega-vakmensen. Dit sluit aan op Biesta’s concept van subjectificatie. Dat gaat niet – zoals veel mensen denken – om persoonsvorming, of worden wie je bent als zelfstandig individu, maar om hoe je bent en wordt in relatie tot de ander. Het gaat erom je te leren verhouden tot de ander (anderen) en de wereld.
    Het spannende aan dat positie bepalen te midden van anderen, is dat die anderen ook positie aan het bepalen zijn – we zijn voortdurend met elkaar aan het dansen. Ook Van Rosmalen benoemt het belang van het samenspel bij breakdancers. Maar hij vergeet erbij te vermelden dat breakdancers en MC’s hun battles juist ook gebruik(t)en om de kunst van het dansen en rappen van elkaar af te kijken – en zo van elkaar te leren.
    In dat licht vraag ik me af waarom de auteurs ervoor kiezen om het nadrukkelijk over ‘de leraar’ in enkelvoud te hebben, alsof die als individu volledig zelfstandig opereert en reflecteert. Mijn inschatting is dat dat is omdat het leraarschap in opleidingen en in de heersende opinie voortdurend als een solo-beroep wordt neergezet. En omdat leraren in de praktijk veel spanning ervaren wanneer blijkt hoe belangrijk het is om samen op te trekken. Zie ook mijn boekbespreking De leraar als professional over de focus op (het collectief van) leraren.
    Ik ben dus benieuwd hoe de auteurs die keuze hebben gemaakt in het licht van vakmanschap in de werkplaats, subjectiviteit van de leraar (of beter: leraren) en het samenspel in dansen. Waarom niet: leraren zijn? Of: een onderwijsteam zijn?
  • De auteurs scharen zich aan de kant van de critici van evidence informed werken (hier wordt overigens ‘evidence based’ gehanteerd, wat nog net weer iets anders is, en in de context van onderwijs bovendien al redelijk achterhaald door ‘informed’). Voor wie het nog niet doorhad: onderwijsland kent diverse kampen van groepen deskundigen die op bepaalde thema’s lijnrecht tegenover elkaar staan, en elkaar stevig (dis)kwalificeren. De auteurs van dit boek zetten zich af tegen de drang om het leren van leerlingen in meetbare opbrengsten te willen vangen, en om er blindelings van uit te gaan dat wat op de ene plek werkt, op de andere ook werkt.
    Nu deel ik die kritiek zeker – context doet er enorm toe. Maar evidence informed werken is meer dan een bepaalde receptuur strict volgen, zoals Gert Biesta in dit boek stelt. Het is juist het afwegen van ervaringen uit de eigen onderwijspraktijk, van die van collega’s (binnen en buiten de school) en van wetenschappelijke en andere bronnen – om vervolgens op basis daarvan doordachte keuzes te maken. Is het lezen van dit boek niet net zozeer een vorm van evidence informed denken: door de inspiratiebronnen en het gedachtegoed van deskundigen ter harte te nemen en mede op basis daarvan woorden te geven aan je eigen handelen, misschien wel inzichten aan te scherpen en toe te passen in je eigen onderwijspraktijk?

Teruglezend lijkt het of in de formulering van mijn vragen al een stellingname ligt besloten. Dat is niet mijn bedoeling: het zijn vragen waar ik zelf voortdurend op kauw. Dit boek heeft me ook weer enkele zienswijzen aangereikt die me verder aan het denken zetten. Ik hoop ook dat leraren zelf de tijd nemen om hier de tanden in te zetten, ook al is het dan soms wat hoog over. Dat kan juist helpen om op een andere manier naar je zelf en je team te kijken.

#DeZinVanHetBoek

Uit elk boek dat ik lees, kies ik een zin die mij erg raakt, of die de bedoeling van het boek goed verwoordt. Het kan ook zijn dat die zin juist aansluit bij actuele gebeurtenissen of discussies in de samenleving. Die zinnen verzamel ik op mijn andere blog, onder www.dezinvanhetboek.nl. Uit dit boek koos ik deze zin: ‘En je komt misschien van ver, maar tegelijkertijd was je ook nog nooit zo dichtbij waar je naartoe wilt.’
Zie ook Op zoek naar de zin van het boek.

Bronnen

Pieter Baay, Gert Biesta, Patrick van der Bogt, Hanke Drop, Saar Frieling, Bart van Rosmalen (2025) – Leraar zijn: ambachtelijk en kunstzinnig. Culemborg – Telos

Leraar zijn? – Boekgesprek
Getagd op:                    

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *